zondag, juni 25, 2017

Hier vindt u allerlei artikelen waarin over Doodstil geschreven is en die verschenen zijn in nieuwsbladen vanaf 1825 tot 1875

  • Aanbesteding het vernieuwen van een walmuur

    Nederlandsche staatscourant, 14 april 1848

    3. Het vernieuwen van een walmuur te Doodstil en Uithuizen, eerst in twee percelen daarna in massa.

  • Aanbesteding bouwen van eene Brug of Til

    Groninger courant, 12 mei 1848

    3. Het bouwen van eene Brug of Til in den trekweg tusschen de Doodstil en het dorp Uithuizen.

    Aan de hand van de twee volgende krantenartikelen kunnen we aannemen dat de bouw van deze Brug vijfendertig dagen heeft geduurd.

    Groninger courant, 20 juni 1848



    Groninger courant, 25 juli 1848

  • Voorwerpen ontvreemd

    Groninger courant, 27 april 1849


    In den nacht van den 19den op den 20sten dezer maand zijn uit een schip, liggende bij Doodstil, onder Zandeweer, de volgende voorwerpen ontvreemd: Twee manden, waarin ongeveer zevenhonderd eijeren: vier manshemden, gemerkt I.R.9; een dito gemerkt I.R.10; drie rooie zakdoeken, waarvan eene nog ongezoomd; vier paren witte wollen kousen, vier beddelakens, gemerkt I.R.8; een zwart lakensch vest, een paar witte wollen mouwen, een blaauw half hemdje, een paar schoenen, eene blaauwe wollen slaapmuts, twee witte zakdoeken en enige halsdoeken.

  • Een fellen brand gewaar

    Groninger courant, 13 april 1849

    — Het volgende is ons ter plaatsing ingezonden:
                                                                       Uithuizen , 10 April.
    Gisteren avond omstreeks half elf werd men, ten zuiden dezer gemeente plotseling een' fellen brand gewaar, zoodat men algemeen dacht, dat eene der groote boerenplaatsen, aan die zijde gelegen, eene prooi der vlammen werd. Spoedig bleek het gelukkig, dat men zich hierin vergiste, daar het een strooschelf was, ten minste 50 wagens groot, toebehoorende aan — en staande bij de woning van den landbouwer H. M. Smedema, bij de Doodstil, onder Zandeweer. De schelf is geheel verbrand, zonder eenige schade aan een' tweeden schelf of aan genoemde schoone behuizing te hebben toegebragt, hetgeen zeer zeker het geval zou geworden zijn, indien de wind slechts een weinigje anders geweest ware. Het ergste van alles is nu echter, en wij meenen het daarom te moeten vermelden, dat hier eene daad van kwaadwilligheid onder schijnt te schuilen, daar men aan de deur van genoemden landbouwer een briefje gevonden heeft, inhoudende: dat, indien hij of eenig ander boer het waagde, om zijn volk te laten werken op den derden dag der groote Christenfeesten (dien men vroeger te lande aan alle dienstboden en arbeiders vrijgaf, hetgeen men echter sinds een paar jaren om geldige redenen heeft afgeschaft) , hij en ook de anderen er beter aan zouden gelooven , zoo niet terstond , dan later. Hoe zeer het dus van belang zou zijn voor de veiligheid der geheele streek, bijna enkel uit groote boerderijen bestaande , dat zich ele justitie deze zaak aantrok, om dader of daders op te sporen, behoeft geen betoog.

    Vanaf 1834 tot 1864 staat de "Barmerheerd" op naam van Harm Pieters Smedema. In 1864 wordt zijn zoon Pieter Harms Smedema de eigenaar.