zondag, oktober 22, 2017

Nieuw Hoijkingaheerd Barmerweg 12


foto: Hans Sas

Bewoners: F.J. Smits en S.G. Wiersum
Grootte: 31.31.50 ha
Gebouwen: ca. 1780 de noordelijke schuur is jonger, de achtergevel is in 1990 vernieuwd

In 1641 vindt scheiding plaats van de nalatenschap van Anneijen Varwers tussen haar neef, raadsheer Hindrick Heinens en nichten Hindirckjen Heines, weduwe Latteringe, en Egbertus Wilckens, getrouwd met Niesjen Heinens, waarbij de weduwe Latteringe ontvangt "een halve heert landes toe Zandeweer, zijnde de gehele heert, groot 40 grazen".
In 1646 verpachten Adriaan Simonides en Hilletien van Vullen aan Edsart Jacob Clant toe Nijenstein en Bouwina Coenders van Helpen 18¾ grazen land, onder beklemming in gebruik bij Ubbo Ottes en nagelaten door Andries Jaspers en Anna Varwers, "komend de overige 21¼ grazen toe aan de weduwe Frerick Latteringe".
In 1652 verkoopt Lumeljen Heines, weduwe van Hulten, haar 21¼ grazen aan Bouwina Coenders van Helpen, weduwe van E.J. Clant van Nijenstein. In een andere aktevan 1652 erkent Bouwina Coenders van Helpen tegenover Lumeljen Heines, weduwe van Hulten, dat zij de koopsom van 21¼ grazen, onbetaald heeft gelaten.

In 1714 verpacht Anna Tjarda van Starkenborgh, weduwe Lewe, aan Trijntje Everts, weduwe van Reinder Geerts, 7 grazen land met recht van cessie van haar recht aan Onno Tamminga van Alberda en Josina Peternella Clant, welke overdracht in 1715 plaatsvindt.
Omstreeks 1750 is de boerderij in gebruik bij Jan Bonnes en Anje Sijwerts. In 1753 hertrouwt Jan Bonnes met Trijntje Hemmes.
In 1764 volgt verkoop van de boerderij, die dan in gebruik is bij Popke Jan Vegter en zijn vrouw Hilje Hendriks.
In 1774 koopt Anje Hendriks de boerderij met een "Groninger schuur" en 47 grazen land. Zij is weduwe van Lippe Lamberts († voor 1774). In 1781 kopen Popke Lammerts en zijn vrouw de boerderij en zij verkopen hem in 1798 aan Jan Rentjes en Remge Klasens.
In 1804 wordt verkocht voor wijlen mevrouw J.P. Kuipers-Alberda, aan Willem Jans Wiersma en Rikstje Nannes (echtlieden) de beklemming van 15 grazen land te Zandeweer, in gebruik bij Jan Rentjes en Remge Klasens (echtlieden).
In 1805 wordt voor en aan dezelfden verkocht de beklemming van 47 grazen land te Zandeweer. In 1814 verkopen Willem Jans Wiersma en Rikstje Nannes aan Jan Derks Mulder de boerderij met binnenhuis, middenhuis, karnhuis, melkkamer, ruime schuur en aparte stookhut en de beklemming van 47 grazen en nog de beklemming van 17 grazen, met een vaste huur aan A. Trip en aan de kerk te Zandeweer.
In 1847verkopen de erven Jan Derks Mulder, zijnde zijn weduwe Grietje Alberts Frieling en de kinderen van hem uit zijn beide huwelijken met
Grietje Everts Ellema en Grietje Alberts Frieling, aan Adolf Eikema een boerderij met de beklemming van 33 bunder 92 roeden en 20 ellen. In 1851 verkopen Anna Maria Eikema, weduwe van Adolf Eikema, en haar dochter Alegonda Frederike Annette Eikema aan Johannes Pieters Torringa (* 1820 op Themaheerd te Pieterburen) en Louwke Harms Addinga hun boerenbehuizing met schuur en 33 bunder 92 roeden 20 ellen beklemd land met een vaste huur van ƒ 186,50. In 1878 koopt de zoon Pieter Johannes Torringa, gehuwd met Martje Jacobs Arkema, van de erven Jozua Rouaan de beklemming van 7.45.30 ha land met een vaste huur van ƒ 72,-, genaamd "de Blauwerij" en 10.16.96 ha onbeklemd land. Dit land vormde het westelijk en oostelijk gedeelte van de edele heerd Lutsumaheerd, oorspronkelijk groot 50 grazen en in tweeën gedeeld door het graven in 1665 van het Boterdiep. De gebouwen stonden in de nabijheid van de villa, bewoond door de familie Voorthuis.
In 1906 koopt Pieter Johannes Torringa de eigendom van 7.50 ha land, afkomstig van Johanna Frederika Rutgers.
In 1924 verklaren de kinderen van Pieter Johannes Torringa, hun moeder Martje J. Arkema in het bezit te laten van de boerderij. In 1932 verkopen de erven Torringa de boerderij met 32.86.40 ha als mede 11.20.66 ha ten oosten van het Boterdiep, aan Menno Michiel Nanninga († 1940), gehuwd met
Jansje Cremer († 1957). Nanninga is mede-eigenaar van de voormalige houthandel Nanninga te Winneweer.
Tevens wordt 7.45.30 ha (Blauwerij) en 1.31.60 ha los land onder Kantens verkocht aan derden. In 1932 verkrijgt Menno Michiel Nanninga de navolgende blote eigendommen: de eigendom van ca. 8 ha land van de Ned. Herv. Kerk te Zandeweer en de eigendom van 18.50 ha land van Ds. H. Rutgers te Groningen. In hetzelfde jaar vind ruiling plaats met mevr. H. Smedema-Friezema, Barmerheerd waarbij zij afstaat 2.60.40 ha en Nanninga 3.81.88 ha.
In 1957 komt de boerderij in het bezit van Dirk Nanninga Mzn te Groningen en Johan Nanninga Mzn te Haren, (Gr).
Pachters zijn achtereenvolgens:
1932-1936: Johan Torringa zoon van de vorige eigenaar, gehuwd met Anna Maria Elema geboren te Eenrum.
1936-1941: hun zoon Pieter Johannes Torringa, gehuwd met Hammine Bennema.
Sedert 1941 is de boerderij middels een bedrijfsleider in eigen exploitatie. Deze functie werd bekleed door:
1941-1951: Sijtze Binksma, gehuwd met Elske Bakker.
1951-1964: Albert Gerard Bouwkamp, gehuwd met Ida Siccama.
Van 1964 tot 1986 is Simon Henderikus Broekema , gehuwd met Gertrude Kerkhoff, bedrijfsleider. Dan kopen de gebroeders F.J. en J.B. Smits het bedrijf van de familie Nanninga. Zij komen van de naastgelegen boerderij, Langenhuis, en vormen een maatschap die tot 1 mei 1999 voortduurt.
Fredericus Jacobus Smits (* 22-10-1958) in 1996 gehuwd met Siedonia Greta Wiersum (* 12-12-1968 te Westeremden) bewoont de boerderij. Bij het ontbinden van de maatschap wordt F.J. Smits eigenaar van ca. 31 ha en zijn broer die op Langenhuis woont krijgt 10.71 ha in eigendom.

Eigenaars, pachters, bewoners:
        Anje Hendriks, weduwe van Lippe Lamberts kocht de boerderij in 1774
        met een Groninger schuur en 47 grazen uit de boedel van Popke
        Jans Vegter, gehuwd met Hilje Hindriks.
1781 Popke Lamberts en zijn vrouw
1798 Jan Reintjes en Reinje Claassen
1804 Willem Jans Benes en Rikstje Nannes Dikema
        Willem Jans noemde zich in 1811 Wiersma
1814 Jan Derks Mulder en Grietje Everts Elema
1848 Adolf Eikema en Anna Maria Eikema
1851 Johannes Pieters Torringa en Martje Jacobs Arkema


1878 Aankoop Blauwerij en diverse andere percelen
1924 Martje Jacobs Arkema, weduwe van P.J. Torringa
1932 Menno Michiel Nanninga en Jansje Cremer
        1932 Johan Torringa en Geertruida Elema
        1936 Pieter Johannes Torringa en Harmine Bennema
1941 De boerderij in eigen beheer door de familie Nanninga gebruikt.
        Als bedrijfsleiders traden op:
        1941 Sijtse Binksma en Elske Bakker
        1951 Albert Gerard Bouwkamp en Ida Siccama
        1964 Simon Hendrikus Broekema en Gertrude Kerkhoff

 

Woonhuis en gebouwen vallen onder monumentenzorg. De boerderij wordt gezamelijk geëxploiteerd met de boerderij M.D. Teenstraweg 7, Den Andel, groot 35.26.83 ha.


Bovenstaande gegevens zijn grotendeels afkomstig uit diverse boerderij boeken zoals bijv.: "Boerderijen op Het Hogeland", uitgegeven door
Stichting Boerderijenboek Het Hogeland en "Boerderijenboek Middelstum-Kantens", uitgegeven door Stichting Boerderijenboek Middelstum-Kantens.