woensdag, december 13, 2017

Langenhuis Doodstilsterweg 3


foto: Hans Sas

Bewoners: J.B. Smits en E.J.A.P. Flipsen
Grootte: 70.14.44 ha
Gebouwen: 1624 vernieuwing van het woonhuis en schuur. 1814 grote schuur. 1853 kleine schuur. 1855 tussenkap voor- en tussenhuis vernieuwd.
1925 losstaande schuur. 1996 nieuwe schuur en de achtergevel van de bestaande schuur vernieuwd.

De boerderij was eens een "uithof" van het klooster Rottum en draagt reeds voor 1600 de naam "Langenhuys". Bij de reductie van 1594 vervalt de eigendom van het land aan de provincie.
In 1595 wordt als bewoner van de boerderij Isebrandt Janssens "tho Langenhuys" genoemd.
In 1614 is dit Jacob Jansen en in 1619 Peter Jacobs en zijn vrouw Trijne, die 124 grazen land gebruiken en klaarblijkelijk in 1624 overgaan tot verbouwing van het voorhuis. Gevelsteen in de oostmuur: P.I.-Ao 1624 en de letters T en H, geflankeerd door twee wapenschilden.
Omtrent de letters T en H bestaat een veronderstelling inzake de betekenis. De steen is vermoedelijk afkomstig van de schouw in het huis en zou later in de muur zijn gemetseld.


- gevelsteen uit 1624

In 1636 sterft de Vlaamse pater Henricus de Vrede (1600-1636) aan de pest te Holwinde. Het stoffelijk overschot wordt naar Langenhuis overgebracht en daar bijgezet onder de vloer van het binnenhuis.
Na de dood van Peter Jacobs zet de weduwe het bedrijf voort.
Iswbrandt Jacobs, "de zoon van Pieter Jacobs en Trijne", gehuwd met Grietje Ubbes (ca. 1615-1682) van Grootbosch te Usquert, volgt zijn ouders op. Isebrandt sterft reeds in 1642. Grafzerk in Langenhuis:
Anno 1642, den .... feberuarius is in den heeren gerustet de erb. Isebrandt Jacobs, wiens siele godt genadig sy.
In 1643 hertrouwt Grietje Ubbes met Jan Luirts, overleden 1663/ '64. Na de dood van haar man beheert weduwe Grietje Ubbes de boerderij zelf tot 1673; zij sterft in 1682 en wordt in de Uithuizer kerk begraven.
De volgende bewoner is in 1674 Isebrandt Jans, zoon van Jan Luirts en Grietje Ubbes, in 1673 getrouwd met Grietje Heeres (1652-1704).
Vanaf 1706 zijn de zoon Jan Isebrants (1672-1719) en zijn vrouw Aylke Sierts de bewoners. In de boerderij is een grafzerk met de volgende tekst aanwezig;
"Anno 1719, den 2 augusti is de eersame Jan Isebrandts op Langenhuis seer christelijck in den heeren ontslapen in het 47ste jaar syns ouderdoms, verwachtende met alle ware gelovigen een zalige opstandinge ten eeuwigen leven alleen door Jesum Christum".
Vanaf 1731 zijn Harke Sierts (1696-1763) uit Losdorp, in 1731 gehuwd met Catharina Freriks Langelandt (ca. 1707-1781), geboren te Garmerwolde als dochter van Frerik Jacobs Langelandt en Anna Cornelis, de volgende bewoners.
De weduwe Catharina zet het bedrijf voort tot 1776, in welk jaar zij Langenhuis verkoopt aan haar zoon Jacob Harkes. De akte meld o.a. "met de vaste beklemminge van een hondert drie en twintig grazen land waarop de behuisinge is staand, welke behuisinge bestaande in een binnenhuis, keuken, karnhuis en een lang achterhuis met een Groninger schuur". De landerijen zijn dan eigendom van vrouwe A.C. douairiére baronesse Alberda, geboren baronesse Van Echten, vrouwe van Nienstein (= Scheltkema-Nijenstein te Zandeweer). De huur bedraagt 369 car. gld. en Jacob Harkes betaalt 13.500 car. gld. voor de plaats. Tegelijkertijd schenken de kinderen van Harke Sierts op voorwaarden 300 car. gld. aan de diaconie van de r.-k. statie te Uithuizen
De zoon Jacob Harkes (1735 of 1741-1781), in 1774 gehuwd met Catharina Tjaarts, geboren op Kruisstee te Usquert, bewoont de boerderij in 1776. Catharina Tjaarts sterft in 1776
Freerk Harkes (1733-1812), de broer van Jacob Harkes, in 1766 getrouwt met Elisabeth Willems (1735-1790) is de bewoner in 1785. Zij waren van 1768-1785 landbouwer op boerderij Eelswert.
De meeste bewoners/ gebruikers van Langenhuis liggen begraven op het kerkhof te Rottum.
Harke Freerks Langeland (1771-1848), in 1799 gehuwd met Eiske Willems (1775-1854), verkrijgt de boerderij in 1812 van de ouders. Het echtpaar neemt in die jaren de familienaam Langeland aan, waarmee de bakermat te Garmerwolde in herinnering wordt gebracht (zie boven 1731). In 1814 besluiten zij tot de bouw van een nieuwe schuur op de plaats van de oude en deze schuur is thans nog in gebruik.
Na de dood van de ouders erft dochter Anna Harkes Langeland (1801-1860) boerderij Langehuis in 1854. Zij trouwt in 1825met Joannes Albertus Harms Smit (1803-1856), geboren te Uithuizermeeden. Het echtpaar laat het voor- en tussenhuis in 1855 grondig vernieuwen dit onder gebruikmaking van materiaal uit de oude bouw. Tijdens de verbouwing komen de stoffelijke resten van de in 1636 aan de pest gestorven pater Hendricus de Vrede tevoorschijn (zie boven 1619). Daarbij lag een beschadigde miskelk. De vondsten worden in een nieuw kistje bijgezet onder de toen aangelegde gang; na 1945 is dit onder de keukenvloer.
Uit het huwelijk van Joannes A.H. Smit en Anna H. Langeland zijn vijf kinderen geboren.
Hiervan neemt zoon Harke Jans Smit (1831-1890) Langenhuis in 1860 over. Hij trouwt met Margaretha Jurriens Lammerts (1834-1870) uit Warfhuizen. Zij krijgen zes kinderen. Na de dood van de ouders valt de boerderij in 1890 in volle eigendom ten deel aan de oudste zoon Joannes Harkes Smit (1867-1939) en zijn beide zusters Anna (1860-1945) en Catharina (1869-1952). Zij blijven alle drie ongehuwd en wonen samen op de boerderij, waarvan broer joannes uiteraard het bedrijf beheert. Hij laat in 1925 een forse, vrijstaande schuur bouwen ten westen van het bestaande complex.
In 1931 besluit Joannes Harkes Smit tot bedrijfsbeëindiging. Hij gaat zich met zijn zusters vestigen in Uithuizen. De boerderij wordt verhuurd. Huurders van 1931-1934 worden Everhardus Theodorus P. Middendorp (1892-1934) en zijn vrouw Margaretha Agnes Smits (1892-1963), In 1934 opgevolgd door haar broer Fredericus Wilhelmus Smits (1886-1969), gehuwd met Berendina Regina Joosten (1890-1948). Hij was afkomstig van Klein-Maarslag bij Mensingeweer. Voordien had dit laatste echtpaar na hun trouwen in 1913 van 1913-1922 gewoond te Kielwinderweer en van 1922-1928 als pachter op boerderij Dwarsweg 48 te Uithuizermeeden en van 1928-1934 als pachter van Klein Maarslag.
In 1939 vindt er een uitzonderlijke gebeurtenis plaats. Joannes H. Smit en zijn zusters, dan wel de beide zusters na de dood van hun broer, schenken boerderij Langenhuis met het land in volle eigendom aan de r.-k. parochie van St. Jacobus de Meerdere te Uithuizen. Het echtpaar Smits-Joosten blijft huurder maar gaat wonen in Uithuizen. Hun twee zoons worden dan de bewoners.
De ouders Smits-Joosten dragen de huur van de boerderij in 1959 over aan hun zoons Wilhelmus Fredericus Smits, gehuwd met Cornelia de Winter, en Regnerus Johannes Smits, gehuwd met Elisabeth Schilder. In 1972 trekken R.J. Smitsen zijn vrouw zich terug uit het bedrijf en Wilhelmus Fredericus Smits en zijn vrouw blijven pachters en zetten de bedrijfsvoering alleen voort.
W.F. Smits en echtgenote verlaten de boerderij in 1985 en vestigen zich in Uithuizen. Hij gaat in maatschapverband verder met zijn beide zoons: Fredericus Jacobus die dan al in Den Andel, Teenstraweg, woont en Johannes Bernardus Smits (* 31-7-1960) en Elisabeth Johanna Anna Pietronella Flipsen (* 9-3-1960), gehuwd in 1982, bewoners. Sinds maart 1992 pachten zij 55.81.81 ha van de r.-k. Jacobus de Meerdere Parochie te Uithuizen en 1.81.63 ha van de r.-k. Charitas te Uithuizen. Sinds november 1994 zijn zij eigenaar van de gebouwen en het erf groot 1.81.00 ha in 1986 kopen de gebr. Smitsde naast gelegen Nieuw-Hoijkingaheerd, met 42.85.58 ha en zij exploiteren dit bedrijf tot 1 mei 1999 in maatschapverband. In 1995 had de vader W.F. Smits zich uit de maatschap teruggetrokken. Na beëindiging van het maatschapsverband in 1999 houdt J.B. Smits 10.71.00 ha in eigendom en voegt dit toe aan zijn boerderij Langenhuis.

De huidige bewoner/ gebruiker J.B. Smits had zitting in het algemeen bestuur van het waterschap Noorderzijlvest.
Zeer fraaie gekleurde gevelsteen. Links een halve adelaar en rechts 3 klaverbladen met de letters T en H. In de oost- en noordmuur zijn kloostermoppen verwerkt. In de lange gang zijn de stoffelijke resten van de rondreizende Vlaamse pater de Vrede in 1855 herbegraven. Onder het woonhuis bevindt zich aan de noordzijde een lange, smalle in steen overwelfde kelder. Inde grond heeft men gevonden een natuurstenen voederbak 300 x 53 x 25 cm. Langenhuis heeft ook dienst gedaan als schuilkerk na de reformatie. De relatie met de r.K. kerk is tot op heden onafgebroken in stand gebleven. Verder is een antieke karnmolenpaal bewaard gebleven uit 1611. Met het opschrift: Ysebrandt Jansen / Gretie Heres / Focke Jansen / Tot Eenrum / anno 1674 den 12 matius/ wig (1611?).


Bovenstaande gegevens zijn grotendeels afkomstig uit diverse boerderij boeken zoals bijv.: "Boerderijen op Het Hogeland", uitgegeven door
Stichting Boerderijenboek Het Hogeland en "Boerderijenboek Middelstum-Kantens", uitgegeven door Stichting Boerderijenboek Middelstum-Kantens.