
Bewoners: J.J.A. Vermue en A.J.M. Gels
Grootte: 164.85.00 ha
Gebouwen: 1960/1961 herbouw na brand in 1959
In de zestiende eeuw behoort Barmerheerd tot de "edele heerden" van de rechtstoel van Zandeweer.
Bij de boerderij is in 1595 ook 16 grazen land van het klooster te Rottum in gebruik en meier is dan Johan Derricx en in 1620 wordt hij opgevolgd door Harke Geerts, die in 1650 trouwt met Ettjen.
Vanaf 1656 komt het land, inmiddels eigendom van de provincie in gebruik bij Berend Jacobs en zijn vrouw Geeske. In 1662 zijn dit Pieter Jansen en Trijne en in 1668 Hendrik Clasen en Jantje. Zij worden opgevolgd door Gerardus Jansen en Aaltje en in 1680 zijn Jan Geerts en Hille de provincie meiers.
Na het overlijden van Jan Geerts hertrouwt Hille met Gerrit Jans. Hun opvolgers zijn Michiel Sigers en Anje en ca. 1730 is hun schoonzoon Jacob Jans de meier.
In 1755 is Roelf Berends ( 1730-1808 ), in 1780 gehuwd met Pieterke Meinardi ( 1754-1782 ) bewoner. In 1805 huwt hun zoon Siebrand Meinardi, ook Sijbrand Bernadite genoemd, met Trijntje Johannes van Weerden. In 1816 laten zij een nieuwe boerderij bouwen, waarin zij veel fraai materiaal verwerken van de in 1816 afgebroken borg Scheltkema-Nijenstein, zoals voordeur met kozijn, zerken stoep en beeldhouwerk.
Na de dood van Siebrand hertrouwt Trijntje met Doewe Jacobs Elema die eigenaar wordt. In 1834 staat de boerderij op naam van Harm Pieters Smedema, gehuwd met Roelina Johanna Meinardi, dochter uit het 1e huwelijk van Trijntje van Weerden met Siebrand Meinardi. In 1845 laten zij een een boerderij bouwen op land bij de Noorderdijk te Uithuizen, dat in hun bezit was gekomen.
In 1864 wordt de zoon Pieter Harms Smedema, gehuwd met Trijntje Vorenkamp, eigenaar. De polderboerderij komt in bezit van zoon Sijbrand Harms Smedema.
In 1900 volgt publieke verkoop van beide boerderijen, waarbij de neef Harm Smedema, geboren te St. Annen en gehuwd met Hendrika Friezema, Barmerheerd verkrijgt. De polderboerderij wordt gekocht door de gebroeders A. en P. Huizinga.
In 1925 trouwt de dochter Frederica Annetta Smedema, dochter van H. Smedema en H. Friezema, met Jan Bennema. Zij worden eigenaar maar bewonen de villa, die in 1915 door de eigenaren is gebouwd op de plaats van de vroegere edele heerd Butsmijta, ook Lutsumaheerd genoemd, gelegen tegenover de brug over het Boterdiep in de buurtschap Doodstil.
Van 1952-1985 zijn bewoners in dienstverband op de boerderij Luitje de Vries en zijn vrouw Detje Bogema.
Van 1954-1959 wordt de boerderij geëxploiteerd in samenwerking met Schoonzoon Berend Voorthuis (* 25-9-1926), gehuwd met dochter Bouke Hendrika Bennema. Zij pachten de boederij van 1959-1972 te samen met zwager/ broer Harm Derk Bennema, gehuwd met Anje Maria Klimp.
Vanaf 1972 zijn zij eigenaar/ gebruiker tot 1984, het jaar waarin zij de boerderij verkopen aan L.J. Splinter gehuwd met W.A. vedelaar. Laatsgenoemden verkopen de boerderij in 1970 aan Albrecht Job Vermue gehuwd met Cornelia Jobina de Winter, afkomstig uit Heikenszandt ( Z ). Van 1955-1966 was dit echtpaar landbouwer in Westerlee en vanaf 1966 in Swifterband. In 1992 gaat hun zoon Jan Jacob Adriaan (* 2-7-1963) in 1988 gehuwd met Anita Johanna Maria Gels (* 10-9-1966 te Dronten) op de boerderij wonen en in 1994 worden zij eigenaar.
In de achtergevel van de schuur zit een sluitsteen met het jaartal 1818.
De trap bij de voordeur is afkomstig van de borg Scheltekema Nijenstein.
Berend Voorthuis (* 25-9-1926) heeft vele functies bekleed.
Hij was bestuurslid van de voorbereidingscommissie van de RVK Noordpolder van 1972-1985
En tijdens de uitvoering van 1985-1991 is hij voorzitter
Hij is mede-oprichter van de landbouw vereniging Uithuizen e.o. in 1955. Van 1960-1970 is hij hiervan voorzitter en
vervolgens opnieuw voorzitter van 1975-1980
Hij is tijdens deze twee periodes ook lid van het hoofdbestuur van de Gron. Mij. van Landbouw.
Ook is hij van 1957-1961 bestuurslid van de 8e onderdeel van het Waterschap Hunsingo.
In 1961 wordt hij hiervan voorzitter en dus lid van het Hoofdbestuur.
Van 1963-1988 is hij gecommitteerde van het Waterschap Hunsingo


Bewoners: F.J. Smits en S.G. Wiersum
Grootte: 31.31.50 ha
Gebouwen: ca. 1780 de noordelijke schuur is jonger, de achtergevel is in 1990 vernieuwd
In 1641 vindt scheiding plaats van de nalatenschap van Anneijen Varwers tussen haar neef, raadsheer Hindrick Heinens en nichten Hindirckjen Heines, weduwe Latteringe, en Egbertus Wilckens, getrouwd met Niesjen Heinens, waarbij de weduwe Latteringe ontvangt "een halve heert landes toe Zandeweer, zijnde de gehele heert, groot 40 grazen".
In 1646 verpachten Adriaan Simonides en Hilletien van Vullen aan Edsart Jacob Clant toe Nijenstein en Bouwina Coenders van Helpen 18¾ grazen land, onder beklemming in gebruik bij Ubbo Ottes en nagelaten door Andries Jaspers en Anna Varwers, "komend de overige 21¼ grazen toe aan de weduwe Frerick Latteringe".
In 1652 verkoopt Lumeljen Heines, weduwe van Hulten, haar 21¼ grazen aan Bouwina Coenders van Helpen, weduwe van E.J. Clant van Nijenstein. In een andere aktevan 1652 erkent Bouwina Coenders van Helpen tegenover Lumeljen Heines, weduwe van Hulten, dat zij de koopsom van 21¼ grazen, onbetaald heeft gelaten.
In 1714 verpacht Anna Tjarda van Starkenborgh, weduwe Lewe, aan Trijntje Everts, weduwe van Reinder Geerts, 7 grazen land met recht van cessie van haar recht aan Onno Tamminga van Alberda en Josina Peternella Clant, welke overdracht in 1715 plaatsvindt.
Omstreeks 1750 is de boerderij in gebruik bij Jan Bonnes en Anje Sijwerts. In 1753 hertrouwt Jan Bonnes met Trijntje Hemmes.
In 1764 volgt verkoop van de boerderij, die dan in gebruik is bij Popke Jan Vegter en zijn vrouw Hilje Hendriks.
In 1774 koopt Anje Hendriks de boerderij met een "Groninger schuur" en 47 grazen land. Zij is weduwe van Lippe Lamberts († voor 1774). In 1781 kopen Popke Lammerts en zijn vrouw de boerderij en zij verkopen hem in 1798 aan Jan Rentjes en Remge Klasens.
In 1804 wordt verkocht voor wijlen mevrouw J.P. Kuipers-Alberda, aan Willem Jans Wiersma en Rikstje Nannes (echtlieden) de beklemming van 15 grazen land te Zandeweer, in gebruik bij Jan Rentjes en Remge Klasens (echtlieden).
In 1805 wordt voor en aan dezelfden verkocht de beklemming van 47 grazen land te Zandeweer. In 1814 verkopen Willem Jans Wiersma en Rikstje Nannes aan Jan Derks Mulder de boerderij met binnenhuis, middenhuis, karnhuis, melkkamer, ruime schuur en aparte stookhut en de beklemming van 47 grazen en nog de beklemming van 17 grazen, met een vaste huur aan A. Trip en aan de kerk te Zandeweer.
In 1847verkopen de erven Jan Derks Mulder, zijnde zijn weduwe Grietje Alberts Frieling en de kinderen van hem uit zijn beide huwelijken met
Grietje Everts Ellema en Grietje Alberts Frieling, aan Adolf Eikema een boerderij met de beklemming van 33 bunder 92 roeden en 20 ellen. In 1851 verkopen Anna Maria Eikema, weduwe van Adolf Eikema, en haar dochter Alegonda Frederike Annette Eikema aan Johannes Pieters Torringa (* 1820 op Themaheerd te Pieterburen) en Louwke Harms Addinga hun boerenbehuizing met schuur en 33 bunder 92 roeden 20 ellen beklemd land met een vaste huur van ƒ 186,50. In 1878 koopt de zoon Pieter Johannes Torringa, gehuwd met Martje Jacobs Arkema, van de erven Jozua Rouaan de beklemming van 7.45.30 ha land met een vaste huur van ƒ 72,-, genaamd "de Blauwerij" en 10.16.96 ha onbeklemd land. Dit land vormde het westelijk en oostelijk gedeelte van de edele heerd Lutsumaheerd, oorspronkelijk groot 50 grazen en in tweeën gedeeld door het graven in 1665 van het Boterdiep. De gebouwen stonden in de nabijheid van de villa, bewoond door de familie Voorthuis.
In 1906 koopt Pieter Johannes Torringa de eigendom van 7.50 ha land, afkomstig van Johanna Frederika Rutgers.
In 1924 verklaren de kinderen van Pieter Johannes Torringa, hun moeder Martje J. Arkema in het bezit te laten van de boerderij. In 1932 verkopen de erven Torringa de boerderij met 32.86.40 ha als mede 11.20.66 ha ten oosten van het Boterdiep, aan Menno Michiel Nanninga († 1940), gehuwd met
Jansje Cremer († 1957). Nanninga is mede-eigenaar van de voormalige houthandel Nanninga te Winneweer.
Tevens wordt 7.45.30 ha (Blauwerij) en 1.31.60 ha los land onder Kantens verkocht aan derden. In 1932 verkrijgt Menno Michiel Nanninga de navolgende blote eigendommen: de eigendom van ca. 8 ha land van de Ned. Herv. Kerk te Zandeweer en de eigendom van 18.50 ha land van Ds. H. Rutgers te Groningen. In hetzelfde jaar vind ruiling plaats met mevr. H. Smedema-Friezema, Barmerheerd waarbij zij afstaat 2.60.40 ha en Nanninga 3.81.88 ha.
In 1957 komt de boerderij in het bezit van Dirk Nanninga Mzn te Groningen en Johan Nanninga Mzn te Haren, (Gr).
Pachters zijn achtereenvolgens:
1932-1936: Johan Torringa zoon van de vorige eigenaar, gehuwd met Anna Maria Elema geboren te Eenrum.
1936-1941: hun zoon Pieter Johannes Torringa, gehuwd met Hammine Bennema.
Sedert 1941 is de boerderij middels een bedrijfsleider in eigen exploitatie. Deze functie werd bekleed door:
1941-1951: Sijtze Binksma, gehuwd met Elske Bakker.
1951-1964: Albert Gerard Bouwkamp, gehuwd met Ida Siccama.
Van 1964 tot 1986 is Simon Henderikus Broekema , gehuwd met Gertrude Kerkhoff, bedrijfsleider. Dan kopen de gebroeders F.J. en J.B. Smits het bedrijf van de familie Nanninga. Zij komen van de naastgelegen boerderij, Langenhuis, en vormen een maatschap die tot 1 mei 1999 voortduurt.
Fredericus Jacobus Smits (* 22-10-1958) in 1996 gehuwd met Siedonia Greta Wiersum (* 12-12-1968 te Westeremden) bewoont de boerderij. Bij het ontbinden van de maatschap wordt F.J. Smits eigenaar van ca. 31 ha en zijn broer die op Langenhuis woont krijgt 10.71 ha in eigendom.
Woonhuis en gebouwen vallen onder monumentenzorg.
De boerderij wordt gezamelijk geëxploiteerd met boerderij nr. 63 te Den Andel.

Bewoners: T.B. Knol en H. Flikkema
Grootte: 1.80.52 ha
Gebouwen: 1904 vernieuwd
Vanouds was deze boerderij 25 grazen groot. Door het graven van het Boterdiep in 1665 wordt het bedrijf aanmerkelijk kleiner en komt aan weerszijden ervan te liggen.
In 1721 wordt Goitsen Isebrandt als bewoner genoemd
In 1763 verkopen de voogden over de minderjarige kinderen van Pieter Carsies en Albertje Alberts de boerderij aan Evert Pieters en Lysabeth Harkes.
In 1806 wordt Sikke Jans Zandt, gehuwd met Aaltje Pieters Dooiers, eigenaar. Zij wonen in Oosternieland op Meyema en zij laten in 1813 de boerderij publiek verkopen.
Koper wordt Reinder Hendriks Elema (1775-1854) korenschipper te Rottum, gehuwd met Clare Mennes Wieringa (1780-1841). Vier van hun acht kinderen blijven ongehuwd en blijven na het overlijden van hun vader in 1854 op de boerderij wonen.
In 1900 overlijdt de laatste van hen op 83 jarige leeftijd. Dan vererft de boerderij op de neef Gerrit Freerks Elema, gehuwd met Trientje Siemens Elema van de boerderij Knijpsterheerd.
In 1937 volgt een boedelscheiding waarbij de boerderij op naam komt van de zoon Klaas Reinder Elema (1899-1965) gehuwd met Eltje Klei (* 1905)
Hij beplant een deel van het bedrijf met vruchtbomen.
In 1970 verkoopt zijn weduwe de boerderij aan Jelle van der Wal. In 1971 verkoopt hij 14 ha land aan omliggende bedrijven.
De behuizing met 1.80.52 ha koopt Tamme Bonne Knol (* 24-1-1948), toen gehuwd met Engeline Jantine van der Molen. Na het overlijden van zijn vrouw in 1976 wordt hij alleen eigenaar. Hij hertrouwt in 1980 met Hennie Flikkema (* 11-12-1944). Hij exploiteerd een veetransportbedrijf.

Bewoners: J.B. Smits en E.J.A.P. Flipsen
Grootte: 70.14.44 ha
Gebouwen: 1624 vernieuwing van het woonhuis en schuur. 1814 grote schuur. 1853 kleine schuur. 1855 tussenkap voor- en tussenhuis vernieuwd.
1925 losstaande schuur. 1996 nieuwe schuur en de achtergevel van de bestaande schuur vernieuwd.
De boerderij was eens een " uithof " van het klooster Rottum en draagt reeds voor 1600 de naam " Langenhuys ". Bij de reductie van 1594 vervalt de eigendom van het land aan de provincie.
In 1595 wordt als bewoner van de boerderij Isebrandt Janssens " tho Langenhuys "genoemd.
In 1614 is dit Jacob Jansen en in 1619 Peter Jacobs en zijn vrouw Trijne, die 124 grazen land gebruiken en klaarblijkelijk in 1624 overgaan tot verbouwing van het voorhuis.Gevelsteen in de oostmuur: P.I.-Ao 1624 en de letters T en H, geflankeerd door twee wapenschilden.
Omtrent de letters T en h bestaat een veronderstelling inzake de betekenis. De steen is vermoedelijk afkomstig van de schouw in het huisen zou later in de muur zijn gemetseld.
In 1636 sterft de Vlaamse pater Henricus de Vrede (1600-1636) aan de pest te Holwinde. Het stoffelijk overschot wordt naar Langenhuis overgebracht en daar bijgezet onder de vloer van het binnenhuis.
Na de dood van Peter Jacobs zet de weduwe het bedrijf voort.
Iswbrandt Jacobs, " de zoon van Pieter Jacobs en Trijne ", gehuwd met Grietje Ubbes (ca. 1615-1682) van Grootbosch te Usquert, volgt zijn ouders op. Isebrandt sterft reeds in 1642. Grafzerk in Langenhuis:
Anno 1642, den .... feberuarius is in den heeren gerustet de erb. Isebrandt Jacobs, wiens siele godt genadig sy.
In 1643 hertrouwt Grietje Ubbes met Jan Luirts, overleden 1663/ '64. Na de dood van haar man beheert weduwe Grietje Ubbes de boerderij zelf tot 1673; zij sterft in 1682 en wordt in de Uithuizer kerk begraven.
De volgende bewoner is in 1674 Isebrandt Jans, zoon van Jan Luirts en Grietje Ubbes, in 1673 getrouwd met Grietje Heeres (1652-1704).
Vanaf 1706 zijn de zoon Jan Isebrants (1672-1719) en zijn vrouw Aylke Sierts de bewoners. In de boerderij is een grafzerk met de volgende tekst aanwezig;
" Anno1719, den 2 augusti is de eersame Jan Isebrandts op Langenhuis seer christelijck in den heeren ontslapen in het 47ste jaar syns ouderdoms, verwachtende met alle ware gelovigen een zalige opstandinge ten eeuwigen leven alleen door Jesum Christum ".
Vanaf 1731 zijn Harke Sierts (1696-1763) uit Losdorp, in 1731 gehuwd met Catharina Freriks Langelandt (ca. 1707-1781), geboren te Garmerwolde als dochter van Frerik Jacobs Langelandt en Anna Cornelis, de volgende bewoners.
De weduwe Catharina zet het bedrijf voort tot 1776, in welk jaar zij Langenhuis verkoopt aan haar zoon Jacob Harkes. De akte meld o.a. " met de vaste beklemminge van een hondert drie en twintig grazen land waarop de behuisinge is staand, welke behuisinge bestaande in een binnenhuis, keuken, karnhuis en een lang achterhuis met een Groninger schuur ". De landerijen zijn dan eigendom van vrouwe A.C. douairiére baronesse Alberda, geboren baronesse Van Echten, vrouwe van Nienstein (= Scheltkema-Nijenstein te Zandeweer). De huur bedraagt 369 car. gld. en Jacob Harkes betaalt 13.500 car. gld. voor de plaats. Tegelijkertijd schenken de kinderen van Harke Sierts op voorwaarden 300 car. gld. aan de diaconie van de r.-k. statie te Uithuizen
De zoon Jacob Harkes (1735 of 1741-1781), in 1774 gehuwd met Catharina Tjaarts, geboren op Kruisstee te Usquert, bewoont de boerderij in 1776. Catharina Tjaarts sterft in 1776
Freerk Harkes (1733-1812), de broer van Jacob Harkes, in 1766 getrouwt met Elisabeth Willems (1735-1790) is de bewoner in 1785. Zij waren van 1768-1785 landbouwer op boerderij Eelswert.
De meeste bewoners/ gebruikers van Langenhuis liggen begraven op het kerkhof te Rottum.
Harke Freerks Langeland (1771-1848), in 1799 gehuwd met Eiske Willems (1775-1854), verkrijgt de boerderij in 1812 van de ouders. Het echtpaar neemt in die jaren de familienaam Langeland aan, waarmee de bakermat te Garmerwolde in herinnering wordt gebracht (zie boven 1731). In 1814 besluiten zij tot de bouw van een nieuwe schuur op de plaats van de oude en deze schuur is thans nog in gebruik.
Na de dood van de ouders erft dochter Anna Harkes Langeland (1801-1860) boerderij Langehuis in 1854. Zij trouwt in 1825met Joannes Albertus Harms Smit (1803-1856), geboren te Uithuizermeeden. Het echtpaar laat het voor- en tussenhuis in 1855 grondig vernieuwen dit onder gebruikmaking van materiaal uit de oude bouw. Tijdens de verbouwing komen de stoffelijke resten van de in 1636 aan de pest gestorven pater Hendricus de Vrede tevoorschijn (zie boven 1619). Daarbij lag een beschadigde miskelk. De vondsten worden in een nieuw kistje bijgezet onder de toen aangelegde gang; na 1945 is dit onder de keukenvloer.
Uit het huwelijk van Joannes A.H. Smit en Anna H. Langeland zijn vijf kinderen geboren.
Hiervan neemt zoon Harke Jans Smit (1831-1890) Langenhuis in 1860 over. Hij trouwt met Margaretha Jurriens Lammerts (1834-1870) uit Warfhuizen. Zij krijgen zes kinderen. Na de dood van de ouders valt de boerderij in 1890 in volle eigendom ten deel aan de oudste zoon Joannes Harkes Smit (1867-1939) en zijn beide zusters Anna (1860-1945) en Catharina (1869-1952). Zij blijven alle drie ongehuwd en wonen samen op de boerderij, waarvan broer joannes uiteraard het bedrijf beheert. Hij laat in 1925 een forse, vrijstaande schuur bouwen ten westen van het bestaande complex.
In 1931 besluit Joannes Harkes Smit tot bedrijfsbeëindiging. Hij gaat zich met zijn zusters vestigen in Uithuizen. De boerderij wordt verhuurd. Huurders van 1931-1934 worden Everhardus Theodorus P. Middendorp (1892-1934) en zijn vrouw Margaretha Agnes Smits (1892-1963), In 1934 opgevolgd door haar broer Fredericus Wilhelmus Smits (1886-1969), gehuwd met Berendina Regina Joosten (1890-1948). Hij was afkomstig van Klein-Maarslag bij Mensingeweer. Voordien had dit laatste echtpaar na hun trouwen in 1913 van 1913-1922 gewoond te Kielwinderweer en van 1922-1928 als pachter op boerderij Dwarsweg 48 te Uithuizermeeden en van 1928-1934 als pachter van Klein Maarslag.
In 1939 vindt er een uitzonderlijke gebeurtenis plaats. Joannes H. Smit en zijn zusters, dan wel de beide zusters na de dood van hun broer, schenken boerderij Langenhuis met het land in volle eigendom aan de r.-k. parochie van St. Jacobus de Meerdere te Uithuizen. Het echtpaar Smits-Joosten blijft huurder maar gaat wonen in Uithuizen. Hun twee zoons worden dan de bewoners.
De ouders Smits-Joosten dragen de huur van de boerderij in 1959 over aan hun zoons Wilhelmus Fredericus Smits, gehuwd met Cornelia de Winter, en Regnerus Johannes Smits, gehuwd met Elisabeth Schilder. In 1972 terkken R.J. Smitsen zijn vrouw zich terug uit het bedrijf en Wilhelmus Fredericus Smits en zijn vrouw blijven pachters en zetten de bedrijfsvoering alleen voort.
W.F. Smits en echtgenote verlaten de boerderij in 1985 en vestigen zich in Uithuizen. Hij gaat in maatschapverband verder met zijn beide zoons: Fredericus Jacobus die dan al in Den Andel, Teenstraweg, woont en Johannes Bernardus Smits (* 31-7-1960) en Elisabeth Johanna Anna Pietronella Flipsen (* 9-3-1960), gehuwd in 1982, bewoners. Sinds maart 1992 pachten zij 55.81.81 ha van de r.-k. Jacobus de Meerdere Parochie te Uithuizen en 1.81.63 ha van de r.-k. Charitas te Uithuizen. Sinds november 1994 zijn zij eigenaar van de gebouwen en het erf groot 1.81.00 ha in 1986 kopen de gebr. Smitsde naast gelegen Nieuw-Hoijkingaheerd, met 42.85.58 ha en zij exploiteren dit bedrijf tot 1 mei 1999 in maatschapverband. In 1995 had de vader W.F. Smits zich uit de maatschap teruggetrokken. Na beëindiging van het maatschapsverband in 1999 houdt J.B. Smits 10.71.00 ha in eigendom en voegt dit toe aan zijn boerderij Langenhuis.
De huidige bewoner/ gebruiker J.B. Smits had zitting in het algemeen bestuur van het waterschap Noorderzijlvest.
Zeer fraaie gekleurde gevelsteen. Links een halve adelaar en rechts 3 klaverbladen met de letters T en H.
In de oost- en noordmuur zijn kloostermoppen verwerkt.
In de lange gang zijn de stoffelijke resten van de rondreizende Vlaamse pater de Vrede in 1855 herbegraven.
Onder het woonhuis bevindt zich aan de noordzijde een lange, smalle in steen overwelfde kelder. Inde grond heeft men gevonden
een natuurstenen voederbak 300 x 53 x 25 cm.
Langenhuis heeft ook dienst gedaan als schuilkerk na de reformatie. De relatie met de r.K. kerk is tot op heden onafgebroken in stand gebleven.
Verder is een antieke karnmolenpaal bewaard gebleven uit 1611. Met het opschrift: Ysebrandt Jansen / Gretie Heres / Focke Jansen / Tot Eenrum /
anno 1674 den 12 matius/ wig (1611?).

De Weersemaheerd wordt reeds vermeld in een " clauwboek " uit 1472. In 1776 zijn bewoners Naniko Wibbes en Frouke Meinardi. Zij hertrouwt in 1785 met Lambertus van der Tuuk en bij de boerderij zijn dan in gebruik 77 ½ grazen land. In 1806 wordt de boerderij voor ƒ 13.650,- overgedragen aan Sybrand Meinardi en Trijntje van Weerden. Zij zijn in mei 1805 getrouwd.
In 1816 wordt na afbraak van de borg Scheltkema-Nijenstein, 13 ¼ ha land bijgekocht. Het perceel heet nog altijd Nijstain. Sybrand Meinardi ertft van zijn vader ook de Barmerheerd. Na zijn overlijden in 1819, hertrouwt zijn weduwe Trijntje van Weerden met, Doewe Jacobs Elema.
In 1834 krijgt bij boedelscheiding Roelina Meinardi gehuwd met Harm Pieter Smedema de Barmerheerd, en Johannes Meinardi gehuwd met Jantje Knol, de Weersemaheerd.
In 1904 wordt zijn zoon Roelf Meinardi gehuwd met Hilje Venhuis de eigenaar van de Weersemaheerd.
In 1924 wordt hun zoon Mekko Willem Meinardi gehuwd met Anje Krol de eigenaar.
In 1949 volgt hun zoon Roelf Meinardi gehuwd met Ella Wiersema hen op als eigenaar. Deze koopt er in 1971 ruim 10 ha bij van het naastgelegen bedrijf,
Veilingweg 25
In 1978 verhuizen Roelf Meinardi en zijn vrouw naar de Trekweg te Doodstil, terwijl Pieter Jan Slob gehuwd met dochter Rheny Anja Meinardi in 1979 de bewoners van de boerderij worden. Van 1978 tot 1984 wordt de boerderij gezamelijk in maatschap geëxploiteerd, totdat in 1984 Piet Slob en echtgenote de nieuwe eigenaars worden.
Van zijn ouderlijke boerderij, die op de plaats staat van de voormalige borg Onnema, wordt ruim 10 ha bouwland overgenomen, zodat de oppervlakte nu ruim
60 ha is.
Piet Slob (* 1-5-1940) en Rheny Meinardi (* 1-4-1947) trouwen in 1967. Door de ruilverkaveling is het bedrijf nogal wat veranderd. Verschillende percelen zijn in andere handen overgegaan en op verdere afstand zijn er weer percelen bij gekomen. De oppervlakte van het bedrijf is na de voltooing van de RVK gekomen op 64.60 ha.
Door de ligging van het bedrijf, tussen Doodstil en Zandeweer zijn de bewoners van de boerderij altijd nauw betrokken geweest bij het dorpsgebeuren en bij het verenigingsleven en tot op de dag van heden is dit nog steeds het geval.
De Weersemaheerd stond voor 1848 aan de Hoofdstraat te Zandeweer
en het voormalige postkantoor is het overblijfsel van de oorspronkelijke standplaats.

Verklarende woordenlijst
beklemming : vaste altoosdurende huur voor land, die de meier aan de eigenaar is verschuldigd
bunder : een hectare
gras, grazen : een koegras = ca. een halve hectare, een schapegras = ca. 1000 m²
heerd : langgerekte strook land, soms 3-5 km lang
heerd land : landbezit van ca. 30 grazen of jukken met daarop een eigen huis of boerderij
heerd, edele : een (stenen) behuizing met minstens 30 juk/ grazen land; de eigenaren van een edele heerd spraken bij toerbeurt recht in een bepaald gebied
juk : ca. een halve hectare
koegras : oppervlakte die een koe in een dag graast = ca. ½ ha.
meier : boer die een vaste huur verschuldigd is aan de landeigenaar, maar zelf eigenaar van de behuizing is
Bovenstaande gegevens zijn grootendeels afkomstig uit het boek "Boerderijen op het hogeland"
Uitgegeven door Stichting Boerderijenboek Het Hogeland